Nul komma nul inlevingsvermogen

De telefoon blijft eindeloos overgaan, maar ik geef niet op. Ik moet en zal hem aan de telefoon krijgen. Na diverse pogingen stuur ik een appje om mij dringend terug te bellen...

Not.

Het is vakantie en ‘hij’ is de mentor bij de school van mijn zoon.
Wie ben ik om te denken dat hij terugbelt…

Ik wil hem vertellen dat we de tas van 200 kilo niet meer van de grond krijgen. Dat we naar eer en geweten hebben gekozen voor Praktijkonderwijs maar dat we daar niet meer achterstaan. Dat we gisteren, na vier jaar, opnieuw de school voor speciaal voortgezet onderwijs hebben bezocht, waarvoor we onze zoon destijds hadden opgegeven. En dat we zeker weten dat we hem willen laten overstappen na de zomervakantie. Ehum, volgende week…

Maar… hij neemt niet op. En hij belt ook niet terug.

Dus stuur ik een e-mail aan zijn collega; de anti-pestcoördinator. Dit is dezelfde man die vier jaar geleden zei dat ze onze zoon een kans wilden geven. In de e-mail leg ik uit hoe verkeerd die keuze is geweest. Dat ‘een kans geven’ toverwoorden zijn waar je heel voorzichtig mee moet zijn. Omdat iedere ouder zijn kind een kans wil geven en daardoor misschien voorbij gaat aan wat werkelijk het beste is. Ik schrijf dat we hem dringend willen spreken en lees de mail wel zes keer door. Huilend. Ontroostbaar. ‘Bel me alsjeblieft,’ typ ik als laatste en druk op verzenden.

Drie dagen, vier dagen, vijf dagen gaan voorbij. Het is inmiddels vier dagen voor het einde van de zomervakantie. ‘Ze beginnen toch altijd eerder?’ vraag ik aan mijn man. Hij denkt van wel, en dus pak ik opnieuw de telefoon. Het 06-nummer van de mentor springt direct op voicemail en zonder in te spreken druk ik hem weg. Dan bel ik het algemene nummer van de school. ‘Volgende week kunt u bellen, mevrouw,’ zegt de vrouw van de administratie. ‘Maar ik bel nu,’ zeg ik dapper. ‘Ik heb u nù aan de telefoon en volgende week is het te laat,’ leg ik uit. ‘Hoe bedoelt u?’ vraagt ze ‘Nou,’ begin ik en haal diep adem, ‘mijn zoon komt niet meer terug volgend schooljaar.’

Poeh, het hoge woord is eruit. Trillend zit ik aan de telefoon. ‘Dat kan niet, mevrouw. Hij is leerplichtig.’ De vrieskou komt me tegemoet. ‘Ik weet het,’ zeg ik. ‘Maar toch komt hij niet meer. Hij gaat naar een andere school.’ ‘Moment, ik verbind u door met zijn mentor,’ zegt ze en weg is ze. Bijna tien minuten luister ik naar een vreselijk muziekje. Op een gegeven moment zet ik de telefoon maar op de speaker en ga afwassen. Na wel vijftig keer: ‘Een ogenblik geduld alstublieft’, word ik eindelijk doorverbonden… met de voicemail van de mentor…

Twee dagen nà de eerste schooldag worden we teruggebeld door (nog steeds niet de mentor of de anti-pestcoördinator, maar door) de ondersteuningscoördinator van leerjaar vijf. Het jaar waar mijn zoon aan begonnen zou zijn. Wat niet gebeurd is, omdat we hem thuis houden en hem op de eerste schooldag officieel hebben afgemeld voor de rest van het schooljaar.

Deze ondersteuningscoördinator (ik had nog nooit van haar gehoord) belt en zegt dat ze ons wil spreken op school. Wij als ouders worden op het matje geroepen. Want de school herkent zich totaal niet in ons verhaal. Ze zegt letterlijk: ‘Wij kunnen het nog prima een jaar met hem volhouden.’

‘Maar luister nou,’ smeek ik, ‘thuis redden we het echt niet meer. En hij krijgt geen plek in een zorginstelling als we niet kunnen bewijzen dat school en thuis op één lijn zitten. Het gaat op school helemaal niet goed. Dat weet jij toch ook!’ Roep ik in de telefoon. ‘Hij wordt gepest en buitengesloten. Kan geen stagelopen, geen examen doen, niet solliciteren, geen deelcertificaten halen, want daar is hij allemaal niet goed genoeg voor. Deze school is te hoog gegrepen en de spanning die dat oplevert is hier thuis ondraaglijk!’

Maar ze is onverbiddelijk.

‘Hoe kan dat?’ huil ik later bij mijn man. Ze is zelf ook moeder. (Dat heb ik gezien op Facebook) Zij wil toch ook graag dat haar kinderen goed terechtkomen?

Die middag zit ik met mijn buurvrouw aan de koffie en vertel haar het hele verhaal. Ze luistert doodstil. Met grote ogen, open mond en zegt tenslotte: ‘Dat wijf heeft nul komma nul inlevingsvermogen. Haar kinderen zullen wel niks mankeren.’

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.